Websites en interviews, opgehaalde herinneringen en anekdotes te over; na 25 jaar zwijgen nu hier eindelijk de exclusieve versie van Johnny Lodewijks over zijn net niet legendarische band “the Rumbones”. het voor- en het naspel, de vragen en de antwoorden.

lodi: Waar en wanneer wil je beginnen?
JL: In de Utrechtse straat; in de 70er jaren bracht ik er veel middagjes door, snuffelend in de platenbakken van Concerto.Cd´s bestonden toen nog niet. Daar vond ik op zekere dag een prachtige uitgesneden LP-hoes, een sigarettenaansteker van karton, die kon je open en dicht klappen. Bob Marley en de Wailers, “ Catch a fire” heette de plaat, ” reggae” de muziek, nooit van gehoord!.

lodi: Hoe zou je dat wat je toen te horen kreeg willen omschrijven?
JL: Destijds of nu?

Lodi: Destijds en nu.
JL: Destijds als Caraibische Country of zoiets, nu als Jamaican Rock.

Lodi: Wat betekent “Skunk”?
JL: In de 50/60er jaren luisterde men in Jamaica naar de Amerikaanse radiostations en wat zij daar hoorden, probeerden zij na te spelen (the Coasters, Drifters etc).
Dat lukte niet helemaal maar zo ontstond ongeveer de skabeat en de rocksteady.
Toen probeerden wij, the Rumbones, dit weer na te spelen en ik noemde dat “skunk”(=ska+funk, ska+punk, t´is allemaal reggae.)
Reggae is van “Toots & the Maytals”over wie we het nog zullen hebben; met “Do the Reggae”hadden ze ooit een hitje in Jamaica, een dansje eigenlijk zoals bv the twist; reggae wil zeggen”regular, everyday t íng.

lodi: Wat en waar speelde jij zelf op dat moment?
JL: De CCCinc was net ter ziele, de afscheidstournee met als hoogtepunt het optreden in Paradiso was een geweldige kick, onvergetelijk, dat had de afscheids- LP moeten zijn, maar die werd pas maanden later in het Shaffy opgenomen toen het vuur al uit was, dat was jammer.

Lodi: Hoe ging het verder?
JL: Patty, Sally en ik waren net van de commune in Neerkant weg, terug in Ámsterdam. Via Frank Sutherland, een rondtrekkende guitarist, leerde ik toen de VPRO Houseband kennen. In de VPRO-studio hebben we toen een hele leuke plaat gemaakt, “Zeldzaam en Zonderling” geheten, met veel New Orleáns en funky stuff.
De “8-track shuffle”, 4 handen op een piano, sax en drums, dat vond ik prachtig, een skunknummer eigenlijk. Tijdens die opnames leerde ik Wim Noordhoek kennen, ik had hem al eens ontmoet want hij woonde bij mij om de hoek in de Pijp.
Hij had mij ooit voor de radio geïnterviewd over een buitengewone bootreis die ik gemaakt heb op een 100 jaar oude botter, van Durgerdam via Pampus naar de Mediterranee met een al even gevarieerde als onervaren bemanning.

lodi: Hoho, we dwalen af, dat is zonder twijfel ook een mooi vehaal maar niet voor nu, anders is dit niet meer te volgen, schrijf ´t maar eens op als je zin hebt.
JL: ok, dat doe ik, waar zijn we?

Lodi: bij de Houseband.
JL: Daar heb ik ruim een half jaar gespeeld, totdat Ernst me belde; na wat vruchteloos gezoek naar een drummer vonden ze me toch goed genoeg voor de pas opgerichte Slumberlandband.
De Houseband vond het allang best, zochten eigenlijk een meer funky, liefst zwarte drummer - die vonden ze ook - en zo was ik opeens weer met Ernst, Joost en Friedrich in de weer. Later kwam daar nog bassist Piet Dekker bij via de krant. Tijdens de repetities in Neerkant kwam ik natuurlijk meteen weer met “Catch a fire” op de proppen, want ik was er inmiddels wel al achtergekomen dat ik de reggaekant op wilde.
Volgens mij waren ze in het begín nogal sceptisch wat logisch is, het kiezen van een richting voor je muziek, dat is nogal wat, dat gaat niet van de ene dag op de andere.
Daarbij was mijn status als muzikant nog niet dik genoeg om veel gewicht in de schaal te leggen.

lodi: Licht dat eens toe.
JL: Om maar wat te noemen, ik maakte geen liedjes, ik kon niet zingen en drummen te gelijk, er bestaat wel degelijk een hiërarchie in zo´n bandje, op elke werkvloer trouwens.
Als je laat en onvoorbereid komt moet je veel slikken en heel hard werken, zeg maar onderaan beginnen, dat moet je maar op kunnen brengen. Ik heb leren drummen van de CCC, met de CCC, bij de CCC en voor de CCC met 4 verschillende leermeesters. Een eigen kweek zou je het kunnen noemen.
Er was geen vaste drummer toen Pat en ik in Neerkant neerstreken. Jaap, Joost, Jan of Ernst, bijna iedereen drumde wel wat en eenieder had zo z´n eigen stijl. Jan Kloos was de eerste die me zijn nummers toevertrouwde.
Bij de solo´s werd er flink versneld waar ik al gauw de schuld van kreeg.
Voordat Huib aan zijn solo begon riep hij keihard “kom op Sjon!!!” en dan ging ie er als een raket vandoor
En ik er achteraan natuurlijk, het swingde wel de pan uit als ik ´m eenmaal had ingehaald, hahaha!

lodi:, Dat is grappig ja, maar ga verder, “De Slumberlandband”.
JL: Joost, Ernst en Friedrich schreven de meest prachtige muziek met veel humor en leuke details.
De laatste zorgde tijdens de optredens voor veel spektakel en interactie met het publiek en dit alles baadde in het licht van de lichtshow van Josée waarvoor voor elk optreden een gigantische toren werd opgebouwd.
Het Nieuwsblad van het Noorden noemde Piet en mijzelf een solide, simpele en funccionele ritmesectie. Wij reden in een enorme matzwarte lijnbus met zilveren sterren en de tekst “Slumberland Dreamline Express” erop waarmee wij overal de blits maakten totdat hij uiteindelijk in tweeën brak.
Het Sectorpark in Ouderkerk of de Spil in Tiel, dat blijven mooie herinneringen.
In Tiel stond een hele groep Molukkers op het podium te trommelen en te swingen, elke keer weer.
Die wisten van geen ophouden. Daar nam ik speciaal de percussiekist voor mee, vol met koebellen , tamboerijnen en tempelblokken, echt te gek was dat.
Jaren later stonden ze opeens voor mijn deur in Ámsterdam, een beetje verlegen, met een hele grote, door hun zelf afgedrukte foto van en voor mij.

Lodi: Die bus brak dus in tweeën, een teken aan de wand?
JL: Ik geloof van wel, de plaat verkocht slecht omdat ie niet diep genoeg geperst was waardoor hij te weinig volume had, voor DJ´s heel lastig. Dit werd pas ontdekt toen het al te laat was, althans, dat is mij ooit verteld door iemand die het kon weten. Na het floppen van de plaat hield ook de Slumberlandband op te bestaan, wat jammer was want daar had echt veel meer in gezeten.

lodi: Speelde de Slumberlandband al reggae?
JL: Nee, wel waren in sommige songs nu Caraibische invloeden te horen, Ernst speelde daar ook steeldrums en ik deed wat met timbales en congas.
Joost experimenteerde wat met het omdraaien van de beat en zo, maar dit alles maakte natuurlijk nog geen reggae.

Het was kort na het opheffen van de Slumberlandband, terug van de Albert Cuypmarkt loop ik weer langs het huis van Wim N., die voor z´n deur staat, “John, kom even binnen, ga zitten en luister”.
Hij zette een plaat op en ik kwam daar voorlopig niet meer weg; koude rillingen, kippenvel en tranen.
Funky Kingston, Pressure drop, Louie Louie …, Toots & the Maytals!!!
Dit was het, dat voelde ik meteen, wat een mooie muziek, er gebeurde iets met me!
Ik kreeg het opeens heel druk, zocht en vond platen, bestelde en kocht nog meer platen, vloog naar Jamaica, vond de Prince Búster Recordshack in Kingston: één draaitafeltje met allemaal stapels en dozen. Ik toerde over het eiland, ging naar concerten, open-air en dance-halls, ontmoette muzikanten en rastas, DJ´s en toasters, zangers en rappers, ze stonden in de rij met een tape-je in de hand op hun beurt te wachten, to do their thing, alles viel op z´n plek daar in Jamaica.
Weer thuis in Amsterdam ging het gewoon verder, we draaiden dag en nacht de vers meegebrachte reggae!
Gelukkig vond Patty het ook te gek deze keer, mijn vroegere Frank Zappa, Dylan en de Band bevliegingen konden haar destijds wel bekoren,maar hier kon ze op dansen.

En dan belt Ernst…….Of ik een jaartje mee wil op toernee met Boudewijn de Groot door België.
Dat was wel even een cultuurshockje van jewelste, maar ik wilde toch graag mee.
We zouden eerst een maand lang in een bungalow bij Oisterwijk repeteren.
Joost, die ook gevraagd was, had even een pause nodig en bedankte. Boudewijn kwam toen met ene ons onbekende Henny Vrienten aanzetten als vervanger van Joost. De Jeroen Boschband bestond nu uit Ernst, Henny, Piet en ik.
“Toevallig” had ik een stuk of wat reggae cassettes bij me en na een weekje had ik ze allemaal net zo gek als ik.
Er werd nu ook steeds meer reggae gespeeld, dat gebeurde gewoon, daar in Oisterwijk en Boudewijn noemde ons gekscherend “De Rumbonen”.

lodi: Maakte Boudewijn geen bezwaren, jullie waren daar tenslotte niet om de reggae te ontdekken.
JL: Welnee, geen enkel bezwaar, als ie er was deed ie zelfs mee!
Het mag een wonder heten dat hij z´n eigen repertoire niet aangepast heeft, hahaha!!, maar dat kan altijd nog natuurlijk!
Toerend door België zaten Henny en ik in de volgepakte besteleend met drumstel, guitaren en allerlei bandspullen.
Het klikte enorm tussen ons, reggae was het médium en we zongen de hele trip met de cassettes mee, zaten reuze te swingen en hadden ontzettend veel lol. Boudewijn en Ernst reden achter ons en zagen de eend hevig op en neer deinen, de befaamde citroënvering werd zwaar op de proef gesteld.
Tegen de tijd dat de toernee met Boudewijn voorbij was, waren The Rumbones een feit.

“The Rumbones”
“ don´t have to be a rastaman “
“ play that music if you can”
H.Vrienten 1977

Er werden plannen gemaakt en daar mijn kennis van de reggae niet ter discussie stond, koos ik vrijwel het hele repertoire uit.
Het merendeel bestond uit songs van Frederick”Toots”Hibbert maar er waren ook nummers van Peter Tosh, Jimmy Cliff en zelfs van U-Roy. Voor geluid en techniek werden Willie van Hal en Wim van Oefelen bereid gevonden.
Het eerste probleem wat opgelost moest worden was het vinden van een leadzanger.
Aan vroegere reizen door zuid-Europa had ik een goede vriend over gehouden in Frankrijk; een met guitaar gewapende straatzanger die op de terrassen van de Côte d´azur opviel vanwege zijn humor en zijn enorme franse accent in zijn engelstalige Dylanrepertoire.
Hij bespeelde behalve de guitaar ook nog de sitar, piano, mondharmonica en kazoo, hield van George Brassens en van expirementele freejazz, kon prachtig tekenen en had nog nooit van reggae gehoord, kortom een jongen waar je echt alle kanten mee uit kon.

lodi: Dus jij naar de Côte d´azur.
JL: Zo ging dat, 1 weekje later was ik terug in Deurne met Cris Carron.
Henny, Ernst en Joost hadden inmiddels de koorzang verdeeld en uitgezocht, dat stond zoals verwacht als een huis dus we konden meteen met Cris aan de slag.
Na de eerste 2 repetities in het Deel te Deurne kwamen Joost en Ernst echter vertwijfeld naar me toe met de woorden “John, dit gaat niet lukken met die Fransman, hij doet maar wat, t´is een puinhoop, niets mee te beginnen.”
Twee dagen en nachten heb ik toen met Cris en de cassettes weer in de eend rondgereden en samen zongen we het hele repertoire tot hij het door had, net als toen met Henny in België eigenlijk, hahaha!
Er onstonden nu vaak dolkomische situaties waarbij koorzang en band de gekste capriolen moesten uithalen om weer bij de onverstoorbaar doorzingende Cris aan te kunnen sluiten.

Het volgende op te lossen probleem was dat veel teksten niet te begrijpen waren vanwege the Maytals hun “style and language almost of their own”.
Harry Harthold (Houseband, jawel) was behulpzaam en bleek een specialist in het vertalen ervan.
Ernst en Henny hadden inmiddels ook een paar songs gemaakt, het mysterieuse “Ala-hi”en het easy “Easy Reggae” met het toepasselijke “don´t have to be a rastaman, play that music if you can”.
Het voorstellen van the Rumbones, zoals alleen Joost dat kan…., dat ging als volgt;.
“Hallo, wij zijn de Rumbones, … dank u wel, ...the Rumbones in de Trol, een eenmalige gebeurtenis.,
maar vanavond ook nog eens opgenomen voor de VPRO radio dus is het een dubbele eenmalige gebeurtenis.
We nemen er dan ook extra de tijd voor om er lekker in te komen.
Ik zal ons even voorstellen, dan kunnen jullie vast klappen.
Hier links aan de toetsen, Ernst Jansz.
Dan schuin achter mij op de telecaster Mr Lenny Sharp, (Henny V, om duistere redenen verstopt achter een passende schuilnaam )
Achter mij hier de rum van de rumbonen, Johnny Lodewijks.
Op de bas, Piet Dubbeldekker
Uiterst links Miss Patty Gomes
En hier, specially from France, Mr Cris Lester”
Cris: Harmonica et guitare, Joost Belinfante

Vooral het optreden in de Melkweg was erg goed, we werden overladen met enthousiaste reacties.
In de pause meldde zich een Spanjaard met een kaartje waar op stond “Ibiza Sound Productions”.
Hij was zeer onder de indruk en wilde ons graag boeken voor een toernee van een maandje op Ibiza.
Iedereen in de band zag dat wel zitten natuurlijk.
Een maand of 2 na het laatste optreden van The Rumbones vertrokken Cris en ik naar Ibiza om een en ander voor te bereiden en vast te leggen.
Het ging om 7 locaties waar we meerdere keren zouden optreden, maar top of the bill was natuurlijk het optreden in de plaatselijke bullring als voorprogramma van Bob Marley & the Wailers, die daar door de zelfde agency waren geboekt.
Terug in Nederland toog ik gelijk richting Tilburg om het blijde nieuws te vieren.
Daar was helaas niemand blij, er bleek een huisje in Zoutelande besproken, precies in die periode en Henny´s toenmalige vrouw was niet van zins dat te annuleren.
S´nachts maakte Henny me nog wakker om te vertellen dat het wel doorging, maar de volgende morgen ging het toch weer niet door en toen heb ik de boel afgeblazen.
Ernst was het daar helemaal niet mee eens, en terecht. Hij had guitarist Jan Hendriks bereid gevonden voor Henny in te vallen maar ik zag het niet meer zitten, dat was dom van mij en daar heb ik achteraf nog spijt van .

lodi: Hebben the Wailers toen eigenlijk nog gespeeld in de bullring?
JL: Zij wel, ja,, maar vooral Bob baalde natuurlijk ontzettend dat wij niet kwamen, hahaha!
Ik was wel in Ibiza maar ben niet gegaan, dat was zwak maar ik had geen zin.

lodi: Had je nog een duit voor het zakje?
JL: Jawel, Joost kwam nog met een prachtige reggaesong aanzetten, het fraaie nu beroemde “Nederwiet”
Daar waren wij meteen helemaal weg van.
In Henny´s studio in Tilburg hebben we daar een demootje van gemaakt en ik ben toen samen met Frank vd
Meyden, onze manager, naar Red Bullit in Hilversum gegaan.voor een afspraakje met Joost de Draaier.
Na een uur wachten had hij wel even tijd om het aan te horen tussen de telefoongesprekken door maar hij vond ´t niks, niet commercieel en z´n tijd te ver vooruit, een beoordelingsfoutje bleek later.

lodi: Was dat het einde van je muziekcarrière?
JL: Ja, of eigenlijk nee, in Ámsterdam nam Bo Polak van Paradiso me mee naar een repetitie van popgroep Modern, een vrienden groep. Een afsplitsing daarvan werd uiteindelijk “Localmotion”, daar hebben we een prachtige tape aan over gehouden met oa “Boots” van Nancy Sinatra, een skunkversie, opgenomen in de studio van Jan Hendrik sen geproduceerd door Ernst. Die had inmiddels Doemaar opgericht en was samen met Henny op weg naar roem en succes.

lodi: Wat doe je nu?
JL: Wat ik deed voordat ik drummer werd.
Nu teken en schilder ik onder het pseudoniem John Lodi en m´n krabbels zijn te bewonderen op….
www.johnlodi.com

PS.
Cris is ruim 2 jaar geleden opeens overleden, ik stond aan zijn sterfbed.
Hij vertelde mij hoezeer hij van de Rumbonen genoten heeft.
Het moet soms zwaar geweest zijn voor hem, alles ging in het Nederlands, bijna niemand sprak Frans.
Het samen zingen met Joost, Ernst en Henny, daar was hij lyrisch over, mooi toch.